zondag, 23 02 2020

Artikelindex

 

Scouting is een spel dat zich aanpast bij de jeugd en de maatschappij, daardoor een spel dat met zijn tijd meegaat. Logisch dus dat de padvinderij vroeger heel anders was dan Scouting vandaag aan de dag. De Scouts uit vroegere jaren zagen zichzelf als een korps van redders. Geen gekke gedachte in die tijd want de hulpverlening was toen nog maar gebrekkig geregeld. Bij brand verschenen vrijwilligers met emmers. Eerste hulp bij ongelukken werd door bijna niemand begrepen. De padvinders en padvindsters hebben door hun kunde inderdaad vele levens gered.

p14Wie toen naar buiten ging vond volop natuur. Sporen volgen, bomen hakken, vrij kamperen, vissen en zwemmen in schone rivieren, er waren mogelijkheden genoeg. De hele samenleving was zoveel minder georganiseerd. Dat gaf mogelijkheden om te helpen, om te improviseren en om avonturen te beleven.

De moderne maatschappij heeft ons weggevoerd van deze simpele en elementai­re zaken. Door het buitenleven komt de scout weer in contact met de natuur. Hij of zij leert weer dat water niet alleen uit kranen komt, warmte uit een kachel en licht, muziek en toneel uit een stopcontact. Je potje koken op vuurtje, droog blijven in je tentje, de weg vinden in een vreemde omgeving. Dat betekent jezelf leren kennen, amuseren en zelfvertrouwen krijgen. Dat betekent ook risico's leren schatten, creativiteit, praktisch improvi­seren met geringe midde­len, vertrouwen op en zorg hebben voor je patrouil­legenoten. B.P. kende uit eigen ervaring de waarde van al deze elementen. Hij wist bovendien dat het niet voldoende was die kennis in een boek beschikbaar te stellen. Je moest het zelf gedaan hebben om de op waarde ervan in te zien en om er in je leven voordeel van te hebben. Daarom voegde hij eraan toe: leren door te doen, nee niet zoals op school, nee zelf doen, het zelf ondergaan, dat is de enige manier.

Baden Powell: ”Vanuit het gezichtspunt van een jongen is zijn patrouille een groep makkers en dus hun natuurlijke organisatie, hetzij voor spelen, kattenkwaad of rond­slen­teren. Scouting spreekt tot hun verbeelding en hun gevoel voor avontuur; ze worden betrokken in een actief leven in de open lucht. Het leert hen wilskracht, vindingrijkheid, en vaardigheden; het brengt hen gedisciplineerd gedrag, sportiviteit, voorkomendheid en brengt gemeenschapsgevoel bij. In het kort: het vormt het karakter wat belangrijker is dan wat dan ook om zijn weg door het leven te vinden.”